Toccoa

'W' Compagnie was in september 1942 een tentenkamp op de grazige helling van een heuvel net onder de ‘medical processing facility’ van het regiment. De tenten van de ploegen waren net zo nieuw als de soldaten die er in leefden en waren zo opgesteld dat ze een compagniesstraat vormden hoewel W Compagnie alleen maar een naam was.
Het diende als de in -en uit processen machine van het regiment en het was een sneltrein in beide richtingen. De binnenkomende vrijwilligers (de meesten dienstplichtig, sommigen die zich hadden gemeld maar allemaal waren ze vrijwilliger voor de para opleiding.) Van ’s morgens tot ’s avonds waren ze als krankzinnigen bezig: het aan –en uittrekken van kleding en uitrusting, formulieren invullen, eten, naar examens marcheren etc. De trein reed te snel om er vanaf te springen en er was, voor zover ik me kan herinneren, nooit een gedisciplineerde actie onder de duizenden die aan het werk waren.

Er werden in die tijd maar enkele vriendschappen gesloten die stand hielden maar ik heb er een gesloten die voorbestemd bleek als een van de sterkste vriendschappen uit mijn leven en die eindigde met de dood van mijn eerste "Army buddy" in een schuttersputje bij Bastogne in januari 1945. Zijn naam was Warren "Skippy" Muck, een ‘upstate New Yorker’ een charmant en geestig iemand die als een magneet mensen naar zich toetrok. Rustig, bescheiden, totaal ‘echt’. Zijn kracht openbaarde zich tijdens gevechten waar zijn mortier sectie van het 2e peleton de vreselijke reputatie kreeg als het meest effectieve onderdeel 'zware wapens' van Easy Company.
Skippy was een gelukkige jongen en degenenen die hem kenden deelden in die warmte en dat
geluk en voelden zich op die manier ook gelukkig. Zijn beste vriend en onvermijdelijk ook een van mij, was Don Malarkey, een ander warm, vriendelijk en happy-go-lucky individu die eveneens naar de top steeg op mijn lijst van persoonlijke helden zoals de room op de top van de ouderwetse glazen melkflessen.”

In zijn jump dagboek dat hij tijdens de opleiding bij hield, sprak Burr over zijn eerste sprong en over zijn gevoel met betrekking tot de parachutisten opleiding.

“21 december, 1942: Ik maakte mijn eerste sprong. Een ervaring die ik nooit zal vergeten!
Verschrikkelijk bang maar dat was iedereen dus voelde ik me niet echt slecht. De sensatie van het door de ruimte vallen is iets onbeschrijflijks. Net een droom. De schok van het opengaan van de chute was zwak maar ik raakte de grond als een ton stenen.!


22 december 1942: Ik ben op van de zenuwen - hoe lang kan ik dat nog volhouden? Parachute springen is verschrikkelijk opwindend, maar eerlijk gezegd vind ik het niet leuk. Het is leuk als de chute zich opent maar dat plezier is lang niet zo sterk als de angst die ik heb als ik uit de deur stap. Veel jongens kicken erop maar ik ben te prikkelbaar. Misschien ga ik er in de toekomst nog van genieten. De tijd zal het leren.

23 december 1942: Nog maar twee sprongen en dan heb ik die roemrijke wings.

24 december 1942: Vandaag maakte ik mijn laatste kwalificatie sprong. Ik ben nu een gecertificeerd parachutist! De sprong was de beste die ik tot nu toe heb gemaakt. Een lichte schok toen de chute zich opende en een heel zachte landing.
Mijn andere landingen waren zo hard omdat ik te vroeg aan de koorden trok om te dalen. Een van de mannen van compagnie G was vandaag betrokken bij een verschrikkelijk ongeluk. Zijn rechter hand raakte verstrengeld in de koorden waardoor er drie vingers werden afgerukt. Ondanks dat onderging hij het als een man. Hij jammerde of huilde niet. Zal ik daar ook toe in staat zijn als mij zoiets overkomt?
Iemand van de Headquarters Company verstijfde in de deuropening (slechts 2 mannen van me verwijderd) maar mijn buddy Skipper Muck schopte hem eruit – geen zachtzinnige aanpak maar een bange paratrooper kan de dood van de hele stick veroorzaken als hem dat overkomt op het moment dat we in actie moeten komen.

28 juli 1943: Tot vandaag 12 jumps. Ik verwacht dat het niet lang meer duurt voordat we de strijd ingaan.”

Herinneringen verschillen daar waar het gaat om aan welk peloton Burr werd toegevoegd maar uiteindelijk eindigde hij bij het eerste peloton.
Gedurende de vier maanden die aan D-Day vooraf gingen was hij toegevoegd aan company headquarters en was hij jumpmaster in Chilton Foliat.
Op D-Day had hij -naar achteraf bleek- het geluk dat hij samen Joe Hogan -slechts enkele seconden voordat men vertrok- vanuit het vliegtuig van Lt. Thomas Meehan werd overgeplaatst naar een andere stick. Daardoor werd zijn leven gered want het vliegtuig verongelukte die nacht en al zijn buddies kwamen daarbij om het leven.

Hij schreef daarover:
“Slechts enkele seconden voordat we vanuit Engeland vertrokken, werden Joe “Red” Hogan en ik uit het vliegtuig van de company headquarters gehaald (ondanks ons hevige protest!) en moesten we plaatsnemen in het volgende vliegtuig in de rij. We bleken de enige overlevenden van de sectie company headquarters. Alle andere kwamen om het leven toen hun vliegtuig explodeerde door een voltreffer op het moment dat het de Franse kust passeerde.

Na reorganisatie van de compagnie op de avond van “D-Day” werd ik operationeel sergeant en werd Sgt. Jimmy Diel eerste sergeant.
Ik deed dat werk totdat ik tijdens de aanval op Carenton op 13 juni gewond raakte. Op D-Day verzamelde ik een kleine groep achterblijvesr en trokken we naar de geplande landingszone.
Bob Rader (R) was een van hen. Ik trof Frank Perconte aan die tijdens de sprong gewond was geraakt. We raakten betrokken bij een klein vuurgevecht met “Wit Russen” nabij St. Come-ou-Mont. Daarna probeerden we verder op te rukken naar Vierville. In de vroege ochtend voegden we ons weer bij de compagnie net voor de acties tegen de 88 mm. kanonnen waar ik niet bij betrokken was.”

Burr raakte twee keer gewond tijdens de tweede wereldoorlog. Een keer door granaatscherven bij de aanval op Carentan op 13 juni 1944 en een keer bij de aanval op Foy op 13 januari 1945. Daarvoor werd hij onderscheiden met twee Purple Hearts. Na een verblijf in het ziekenhuis voegde hij zich, net voor het einde van de oorlog, weer bij Easy Company.

Toen Robert 'Burr' Smith in 1982 aan longkanker leed kwam zijn buddy uit de tweede wereldoorlog (Bob Rader) hem de steun geven die hij zo nodig had in die moeilijke periode.

pagina's
1 - 2 - 3 - 4

Most of the pictures on this website were taken by Peter van de Wal. I assert the moral right to be recognized as the photographer and the owner of these images in any form. If you wish to use these photos for noncommercial purposes I consent to such use as long as the source of the photos is clearly acknowledged in the same publication as the photos you wish to reproduce.
Photos portraying Burr Smith are courtesy Susan Smith Finn and are copyrighted.

"Band of Brothers" & all related marks & media are TM & © 2001 Dreamworks Television & HBO.
This site is in no way affiliated with any entity involved in the production of this film.
All opinions contained herein are those of the author alone.
Some pictures and material were obtained through approved channels or from the public domain and are not intended to infringe on any copyrights.

For comments please mail me

© Peter van de Wal